U bezoekt onze website met een verouderde browser, waardoor onze website niet correct wordt weergegeven.
Wij adviseren Internet Explorer 9, 10 of 11 (zonder compatibiliteitsmodus), of een recente versie van Microsoft Edge, Google Chrome, Mozilla Firefox, Apple Safari.

Een wereld vol mogelijkheden

Begeleiding en Ondersteuning Brugklas (BOB-uren): kortdurende extra ondersteuning

BOB-uren zijn lesuren voor Begeleiding en Ondersteuning Brugklas. De lesuren zijn bedoeld voor leerlingen die op een bepaald gebied extra ondersteuning nodig hebben. Leerlingen werken in kleine groepen in een blok van ongeveer 7 weken. De uren vinden na schooltijd plaats.
De volgende BOB-uren worden gegeven:

  • Nederlands (begrijpend lezen en spelling)
  • Rekenen/wiskunde
  • Engels

Daarnaast is er twee keer per week huiswerkklas. Lessen Rots & Water worden gegeven aan groepen die er baat bij hebben.

Leerlingen met technische leerproblemen (w.o. dyslexie)

In de brugklas worden alle brugklasleerlingen gescreend op taal. Dat gebeurt in de eerste periode in de les Nederlands. Door het dyslexieteam wordt gekeken of er leerlingen zijn die opvallen door bijzondere spel- of leesproblemen. Ook is er één keer per jaar de gelegenheid om uw kind officieel te laten testen op dyslexie. Deze test vindt plaats rond november en wordt uitgevoerd door een erkend bureau. Als er van een leerling bekend is dat hij/zij dyslexie heeft en ouders een verklaring afgegeven hebben op school, dan komt de leerling in aanmerking voor de faciliteiten die we bij dyslexie bieden. De school acht het van groot belang dat docenten op de hoogte zijn van dyslexie of andere leerstoornissen bij hun leerlingen. Het is daarom van het grootste belang dat ouders/verzorgers in zo'n geval contact opnemen met de conrector.

De dyslexiecoördinator is mw. S. Yates.

Leerlingen met faalangst

Als een leerling moeite heeft met het omgaan met spanningen en/of angsten met betrekking tot school kan er sprake zijn van faalangst. In dat geval kan een leerling in aanmerking komen voor een faalangstreductietraining. Deze training wordt individueel gegeven, maar ook begeleiding in kleine groepjes is mogelijk. Signalering van problemen op dit gebied vindt over het algemeen plaats bij leerlingbesprekingen. Ouders/verzorgers en de leerling zelf geven dit soms bij de mentor aan. Mentoren melden vervolgens de leerling bij het zorgteam.

 

De docenten die faalangstreductietrainingen geven, zijn: mw. A. Behrendt, mw. N. Wensveen en mw. M. de Bruijn.

Leerlingen met problemen op het gebied van sociale vaardigheid

Brugklasleerlingen krijgen op school met hun eigen klasgenoten een training sociale vaardigheden. De zogeheten Rots- en Water-training. Indien een leerling gebaat is bij extra training of begeleiding op het gebied van sociale vaardigheden, verloopt dit via de mentor. Naar aanleiding van gedrag waarover zorgen zijn zal in overleg met de ouders gekeken worden wat een goede vervolgstap is. Soms wordt er eerst een observatie in de klas gedaan door de begeleider Passend Onderwijs, waarna verder wordt gekeken welke ondersteuning binnen school een leerling nodig heeft, soms wordt na een bespreking in het begeleidingsteam een doorverwijzing naar huisarts of GGZ voorgesteld. De mentor en zorgcoördinator blijven hierbij betrokken.

Begeleiding van leerlingen met een indicatie

Van leerlingen met een indicatie wordt per leerling bekeken wat hij/zij aan extra begeleiding nodig hebben. De zorg kan bestaan uit vakondersteuning, hulp bij het plannen en organiseren van het schoolwerk en/of persoonlijke begeleiding. Als er behoefte is aan ondersteuning, wordt in een overleg met de school, het Samenwerkingsverband, leerling en ouders gekeken wat de leerling nodig heeft. Vervolgens wordt gekeken of de leerling de extra steun door leerlingbegeleiders of andere specialisten binnen school kan krijgen (basisondersteuning). Het kan ook zijn dat er behoefte is aan extra ondersteuning door mw. Van Veldhoven (coach voor brugklas) of dat er een instantie buiten school moet worden ingeschakeld (extra ondersteuning). De extra ondersteuning wordt bekostigd door het Samenwerkingsverband. Leerlingen met een indicatie krijgen een handelingsplan. In het begeleidingstraject van de leerling, wordt vaak samengewerkt met de hulpverlenende instantie buiten school die betrokken is bij de leerling.

De leerlingbegeleiders zijn: mw. E. Rientsma, dhr. F. Hartveld, mw. M.B.H. van Veldhoven - Vijverberg, dhr. B. de Gouw en mw. A.T.A Wubben.
De zorgcoördinator is mw. drs. J. de Wispelaere-Hartman

Leerlingen met persoonlijke problemen

Leerlingen met persoonlijke problemen kunnen terecht bij de leerlingbegeleiders. Aanmelding verloopt meestal via de mentor/coördinator, maar een leerling kan ook zelf contact opnemen met één van hen of de zorgcoördinator. Iedere twee weken is er overleg tussen de zorgcoördinator en de vijf leerlingbegeleiders, waarin de voortgang van de leerlingen besproken wordt. Als de begeleiding op school niet voldoende blijkt te zijn, zal met de ouders besproken worden welke mogelijkheden er zijn buiten school.

De leerlingbegeleiders zijn: mw. E. Rientsma, dhr. B. de Gouw, dhr. F. Hartveld, mw. M.B.H. van Veldhoven - Vijverberg en mw. A.T.A Wubben

Wat moet je als leerling of ouder doen als je je zorgen maakt?

Leerlingen kunnen naar hun mentor of coördinator gaan, ze kunnen ook naar een vakdocent of direct naar een van de leerlingbegeleiders gaan (mw. Rientsma, dhr. Hartveld, dhr. de Gouw 
mw. van Veldhoven en mw. Wubben). Alle hiervoor genoemde personen houden contact met de zorgcoördinator (mw. de Wispelaere). Zij bespreekt de leerling vervolgens in het begeleidingsteam zodat we leerlingen snel passende zorg kunnen bieden. Soms blijft het bij gesprekken, soms wordt er meer ondersteuning ingezet. Deze route geldt ook voor ouders.
Op het moment dat er vanuit school zorgen zijn omtrent gedrag van een leerling zal de mentor of coördinator eerst contact met leerling en ouders zoeken. Vervolgens wordt onderzocht wat de gewenste vervolgstappen zijn.