U bezoekt onze website met een verouderde browser, waardoor onze website niet correct wordt weergegeven.
Wij adviseren Internet Explorer 9, 10 of 11 (zonder compatibiliteitsmodus), of een recente versie van Microsoft Edge, Google Chrome, Mozilla Firefox, Apple Safari.

Een wereld vol mogelijkheden

Leerlingen met technische leerproblemen (w.o. dyslexie)

In de brugklas worden alle brugklasleerlingen gescreend op taal. Dat gebeurt in de eerste periode  in de les Nederlands. Door het dyslexieteam wordt gekeken of er leerlingen zijn die opvallen door bijzondere spel- of leesproblemen. Voor die leerlingen kan een rt-traject worden afgesproken.
Ook bieden wij elk jaar de gelegenheid om uw kind officieel te laten testen op dyslexie. Deze regeling geldt voor leerlingen uit elk leerjaar en van alle afdelingen. De test wordt afgenomen door het AOB-Compaz tegen een gereduceerd bedrag. Als er van een leerling bekend is dat hij/zij dyslexie heeft en ouders een verklaring afgegeven hebben op school, dan komt de leerling in aanmerking voor de faciliteiten die we bij dyslexie bieden. De school acht het van groot belang dat docenten op de hoogte zijn van dyslexie of andere leerstoornissen bij hun leerlingen. Het is daarom van het grootste belang dat ouders in zo'n geval contact opnemen met de conrector.

De dyslexiecoördinator is mw. S. Yates.

Leerlingen met problemen op het gebied van de studievaardigheden

Voor leerlingen met een zorgvraag m.b.t. de studievaardigheden, zoals plannen en organiseren van het schoolwerk, kunnen er op school, in overleg met de ouders en/of de mentor of de coördinator, studiebegeleidingslessen verzorgd worden door een extern studiebegeleidingsbureau. 
Klik hier voor meer informatie.

Leerlingen met faalangst

Drie docenten (mw. N. Wensveen,  mw. M. de Bruijn en mw. A. Behrendt) begeleiden leerlingen die moeite hebben met het omgaan met hun spanningen en/of angsten met betrekking tot school. Er wordt faalangstreductietraining gegeven in kleine groepjes, maar ook individuele begeleiding is mogelijk. Signalering van problemen op dit gebied vindt over het algemeen plaats bij leerlingbesprekingen. Mentoren melden vervolgens de leerling aan.

Leerlingen met problemen op het gebied van sociale vaardigheid

Brugklasleerlingen krijgen op school met hun eigen klasgenoten een training sociale vaardigheden. De zogeheten Rots- en Water training. Indien een leerling gebaat is bij extra training of begeleiding op het gebied van sociale vaardigheden, verloopt dit via de mentor. Naar aanleiding van gedrag waarover zorgen zijn zal in overleg met de ouders gekeken worden wat een goede vervolgstap is. Soms wordt er eerst een observatie in de klas gedaan waarna verder wordt gekeken welke ondersteuning binnen school een leerling nodig heeft, soms wordt na een bespreking in het begeleidingsteam een doorverwijzing naar huisarts of GGZ voorgesteld. De mentor en zorgcoördinator blijven hier nauw bij betrokken. 

Leerlingen in het voortgezet onderwijs die moeite hebben met het onder controle houden van hun emoties en gedrag.

Boos zijn is een emotie die er net als alle andere emoties mag zijn. Maar sommige jongeren worden zo boos, dat ze daardoor in de problemen raken. In de (externe) Zelfcontrole training staat het trainen van vaardigheden centraal, met als doel bewustwording, zelfcontrole en positief denken. De training geeft een aanzet tot gedragsverandering. De jongeren krijgen inzicht in hun gedrag en worden zich bewust van hun gedrag. De jongeren leren vaardigheden om: Het eigen gedrag te onderzoeken. Boos gedrag te reguleren. Opstandig gedrag te voorkomen en boosheid op een andere manier te uiten. Via mentoren worden leerlingen hiervoor aangemeld.

Begeleiding van leerlingen met een indicatie

Van leerlingen met een indicatie die bij onze school worden aangemeld wordt per leerling bekeken wat hij/zij aan extra begeleiding nodig hebben. 
Leerlingen met een indicatie worden door onze zorgcoördinator besproken in het begeleidingsteam. Daar wordt in overleg met ouders bepaald wat een leerling nodig heeft. Vervolgens wordt gekeken of de leerling de extra steun door onze eigen leerlingbegeleiders of andere specialisten binnen school kan krijgen (basisondersteuning) of dat er hulp ingeschakeld moet worden vanuit het begeleidingsteam of door de begeleider extra ondersteuningsprojecten, mevr. M. van Veldhoven (extra ondersteuning). Als een van deze vormen van ondersteuning niet volstaat, worden afspraken gemaakt met instanties buiten onze school (intensieve ondersteuning). Leerlingen met een indicatie krijgen een handelingsplan. Meestal is er ook een ambulant begeleider van buiten school betrokken bij de begeleiding van de leerling.

Leerlingen met klachten omtrent seksuele intimidatie en discriminatie op school

Deze leerlingen kunnen terecht bij de zorgcoördinator. Zij zal in gesprek gaan met de leerling en/of de ouders om de klacht die te maken heeft met ongewenste situaties op school zo goed mogelijk aan te pakken. Hierbij gaat het vooral om het aangeven van de juiste routes en het doorlopen van procedures. Voor de persoonlijke begeleiding (sociaal-emotioneel) zal de leerling, indien gewenst, een begeleider uit het interne zorgteam toegewezen krijgen.

Leerlingen met persoonlijke problemen: begeleidingsteam

Jongeren van 12 tot ongeveer 18 jaar bevinden zich in een fase van hun leven waarin heel veel zaken veranderen. Leerlingen roepen daardoor bij zichzelf allerlei vragen op, worden kritisch, komen voor moeilijke keuzes te staan of worstelen met uiteenlopende, soms zware problemen. Onzekerheid en aantasting van de eigenwaarde kunnen voor zowel jongens als meisjes het gevolg zijn. Hoewel de school vooral begeleidt bij de studie, beroepskeuze en algemene ontwikkeling, kunnen jonge mensen soms behoefte hebben aan gesprekken over meer persoonlijke zaken. In veel gevallen is de mentor hiervoor de aangewezen persoon. Toch kan het voor een leerling prettiger zijn om binnen de school juist met iemand anders contact op te nemen en van gedachte te wisselen over allerlei problemen.
Ook gedragsproblemen die eerder nog niet aan het licht zijn gekomen, kunnen zich in de puberteit manifesteren. Een leerling valt dan op in de klas bij de mentor en overige docenten. Naar aanleiding van gedrag waarover zorgen zijn zal in overleg met de ouders gekeken worden wat een goede vervolgstap is. Soms wordt er eerst een observatie in de klas gedaan waarna verder wordt gekeken welke ondersteuning binnen school een leerling nodig heeft, soms wordt na een bespreking in het begeleidingsteam een doorverwijzing naar huisarts of GGZ voorgesteld. De mentor en zorgcoördinator blijven hier nauw bij betrokken. (zie ook 'begeleiden van leerlingen met een indicatie')

Wat moet je als leerling of ouder doen als je je zorgen maakt?

Leerlingen kunnen naar hun mentor of coördinator gaan, ze kunnen ook naar een vakdocent of direct naar een van de leerlingbegeleiders gaan (mw. Rientsma, dhr. van Roermund, dhr. Vendel en mw. Wubben). Alle hiervoor genoemde personen houden contact met de zorgcoördinator (mw. de Wispelaere). Zij bespreekt de leerling vervolgens in het begeleidingsteam zodat we leerlingen snel passende zorg kunnen bieden. Soms blijft het bij gesprekken, soms wordt er meer ondersteuning ingezet. Deze route geldt ook voor ouders.
Op het moment dat er vanuit school zorgen zijn omtrent gedrag van een leerling zal de mentor of coördinator eerst contact met leerling en ouders zoeken. Vervolgens wordt onderzocht wat de gewenste vervolgstappen zijn.