Determinatie in de brugklas

  • In de leerlingbespreking aan het einde van periode twee wordt per leerling besproken wat op dat moment de indicatie voor klas 2 wordt. Dit wordt met de leerling en de ouders gecommuniceerd. Aan het einde van periode 3 wordt wederom gekeken naar wat de beste afdeling voor de leerling is.
  • Voor de berekening van het gemiddelde cijfer wordt uitgegaan van alle gevolgde vakken met uitzondering van die vakken die in de bovenbouw geen examencijfers genereren - dat zijn: Informatiekunde & Mediawijsheid, Techniek, Handvaardigheid en Lichamelijke Opvoeding.
  • Voor de berekening van het aantal tekorten tellen alle vakken mee.

Determinatie in de havo/vwo-brugklas

A. Vanuit de havo/vwo-brugklas krijgt een leerling een voorlopige vwo-beslissing als het gemiddelde van de vakken een 7,3 is en er geen tekorten voor Nederlands/Engels/wiskunde op de lijst staan. De docenten beslissen per leerling of hij/zij een atheneum- of gymnasiumbeslissing krijgt. Daarbij spelen werkhouding, inzet, talige aanleg en het cijfer voor Nederlands en wiskunde (waarin in gymnasium 2 een uur minder wordt les gegeven om ruimte te maken voor de klassieke talen) een belangrijke rol. Als er meer tekorten op de lijst staan, beslissen de docenten en de coördinator of een leerling een voorlopige havo-beslissing meekrijgt. Gedurende periode 3 moet een leerling vormbehoud tonen: de cijfers mogen niet onder een 7,3 gemiddeld zakken. In de slotvergadering wordt gekeken naar de cijfers die zijn gehaald gedurende het hele jaar. De regels die in periode 2 zijn toegepast, gelden ook tijdens de slotvergadering.

B. Vanuit de havo/vwo-brugklas krijgt een leerling een voorlopige havo-beslissing als het gemiddelde van de vakken lager is dan een 7,3 of als er een tekort voor Nederlands/Engels/wiskunde op de lijst staat. Als er meerdere tekorten op de lijst staan, beslissen de docenten en de coördinator of een leerling een voorlopige mavo-beslissing meekrijgt. In de slotvergadering wordt gekeken naar de cijfers die zijn gehaald gedurende het hele jaar. De regels die in periode 2 zijn toegepast, gelden ook tijdens de slotvergadering. Als een leerling in periode 3 een opmerkelijke groei laat zien en alsnog aan een 7,3 gemiddeld zonder tekorten komt, krijgt hij/zij alsnog een atheneum-beslissing.

Determinatie vwo-brugklas

A. In de rapportvergadering van periode 2 wordt per leerling besproken of hij/zij de weg op het vwo kan vervolgen. Daarbij baseren de docenten en de coördinator zich op de cijfers die in periode 1 en 2 zijn gehaald. Vanuit de vwo-klas krijgt een leerling een voorlopige vwo-beslissing als het gemiddelde van de vakken een 6,3 is en er geen tekorten voor Nederlands/Engels/wiskunde op de lijst staat. Als er meer tekorten op de lijst staan, beslissen de docenten en de coördinator of een leerling een voorlopige havo-beslissing meekrijgt.

B. Is het gemiddelde lager of staat er een tekort bij de genoemde vakken dan wordt de voorlopige beslissing havo. Als er meer tekorten op de lijst staan, beslissen de docenten en de coördinator of de leerling een voorlopige mavo-beslissing meekrijgt. Gedurende periode 3 moet een leerling vormbehoud tonen: de cijfers mogen niet onder een 6,3 gemiddeld zakken. In de slotvergadering wordt gekeken naar de cijfers die zijn gehaald gedurende het hele jaar. De regels die in periode 2 zijn toegepast, gelden ook tijdens de slotvergadering.

Wijzigen van atheneum- en gymnasium-beslissing

Leerlingen die een atheneum-beslissing hebben maar graag naar het gymnasium willen, moeten dit in een tijdig stadium kenbaar maken. Een overstap op verzoek is alleen mogelijk als er aan het einde van het jaar plaats is in gymnasium 2. Ook leerlingen die een gymnasium-beslissing hebben maar liever naar het atheneum willen, moeten dit in een tijdig stadium voor de laatste rapportvergadering kenbaar maken. Ook hier geldt dat een overstap alleen mogelijk is als er plaats is.