Overgangsnormen

Rapportage en bevordering

Een schooljaar bestaat uit vier periodes. Aan het einde van een periode ontvang je een rapport. In de Magisterapp staan de cijfers van de leerlingen. In deze app wordt wel gewerkt met rapportcijfers. Bij de totstandkoming van rapportcijfers in magister werkt de school met een periodecijfer en een doorlopend gemiddelde.

Zo staat op rapport 2 in de magisterapp het periodecijfer van periode 1 en van periode 2 en het doorlopend gemiddelde, dit is het gemiddelde van alle cijfers van het schooljaar tot dan toe . Het periodecijfer en het doorlopend gemiddelde worden in de magisterapp vermeld met één decimaal. Hoe zwaar de resultaten per toets meetellen berust op in de school gemaakte afspraken. Bij de overgangsvergadering worden alle leerlingen die niet aan de bevorderingsrichtlijnen voldoen besproken.

Brugklas

Leerlingen krijgen met rapport 3 een voorlopig advies. Aan het einde van het schooljaar gelden de volgende bevorderingsrichtlijnen:

  • Bij de berekening van het gemiddelde cijfer tellen de volgende vakken niet mee: beeldende vorming, lichamelijke oefening, levensbeschouwing en muziek.
  • Voor de berekening van het aantal tekorten tellen alle vakken mee.

Bevorderingsrichtlijnen vanaf klas 2

Wanneer hieronder wordt gesproken over het aantal tekorten en het gewogen gemiddelde, berekend over de niet-afgeronde eindcijfers, geldt het volgende:

  • Bij de berekening van het gemiddelde cijfer tellen de volgende vakken niet mee: beeldende vorming, lichamelijke oefening, en levensbeschouwing.
  • Voor de berekening van het aantal tekorten tellen alle vakken mee.

Bij de overgangsvergadering worden alle leerlingen die niet aan de overgangsnormen voldoen besproken.

Uitgangspunt is artikel 9 van het Algemeen Schoolreglement| Leerlingenstatuut waarin de rapportage is geregeld.