Overgangsnormen

Een schooljaar bestaat uit vier periodes. Aan het einde van een periode ontvang je een rapport. In de Magisterapp staan al je cijfers. In deze app wordt wel gewerkt met rapportcijfers. Bij de totstandkoming van rapportcijfers in Magister werkt de school met een periodecijfer en een doorlopend gemiddelde.

Zo staat op rapport 2 in de Magisterapp het periodecijfer van periode 1 en van periode 2 en het doorlopend gemiddelde, dit is het gemiddelde van alle cijfers van het schooljaar tot dan toe. Beide worden vermeld met één decimaal. Hoe zwaar de resultaten per toets meetellen berust op in de school gemaakte afspraken. 

Brugklas

Tegelijk met rapport 2 krijg je een voorlopig advies voor leerjaar 2.
Bij de berekening van het gemiddelde cijfer tellen de volgende vakken niet mee: beeldende vorming, lichamelijke oefening, levensbeschouwing en muziek.
Voor de berekening van het aantal tekorten tellen alle vakken mee.

mavo brugklas < mavo leerjaar 2
• maximaal 3 tekorten
• maximaal 1 tekort bij Ne en En
• minimaal een 6,0 gemiddeld

mavo brugklas > havo leerjaar 2
• maximaal 3 tekorten
• minimaal een 7,0 gemiddeld Ne, En en wi
• minimaal een 7,8 gemiddeld

havo brugklas > havo leerjaar 2
• maximaal 3 tekorten
• maximaal 1 tekort bij Ne, En en wi
• minimaal een 6,3 gemiddeld

mavo/havo brugklas
• De bevorderingsrichtlijnen naar havo 2 worden toegepast op de havocijfers.
• De bevorderingsrichtlijnen naar mavo 2 worden toegepast op de mavocijfers.
• De leerling wordt bevorderd naar de vervolgafdeling waarvan hij aan de overgangsnorm voldoet

Bevorderingsrichtlijnen vanaf klas 2

Wanneer hieronder wordt gesproken over het aantal tekorten en het gewogen gemiddelde, berekend over de niet-afgeronde eindcijfers, geldt het volgende:

  • Bij de berekening van het gemiddelde cijfer tellen de volgende vakken niet mee: beeldende vorming, lichamelijke oefening en levensbeschouwing. 
  • Voor havo 4 tellen ckv, levensbeschouwing en maatschappijleer wel mee in het gemiddelde.
  • Voor de berekening van het aantal tekorten tellen alle vakken mee.

mavo 2 < mavo 3
•   maximaal 3 tekorten
•   minimaal een 6,0 gemiddeld
•   maximaal 1 tekort bij Ne en En en in de gekozen vakken

mavo 2 > havo 3
•   geen tekorten
•   minimaal een 7,0 gemiddeld Ne, En en wi
•   minimaal een 7,8 gemiddeld

havo 2 > havo 3
•   maximaal 3 tekorten
•   maximaal 1 tekort bij Ne, En en wi
•   een gewogen gemiddelde van minimaal 6,3, berekend over het niet-afgeronde eindcijfer

mavo/havo 2
•   De bevorderingsrichtlijnen naar havo 3 worden toegepast op de havocijfers.
•   De bevorderingsrichtlijnen naar mavo 3  worden toegepast op de mavocijfers.
•   De leerling wordt bevorderd naar de vervolgafdeling waarvan hij aan de overgangsnorm voldoet

mavo 3 > mavo 4
•   maximaal 3 tekorten
•   maximaal 1 tekort in de gekozen examenvakken en 2 tekorten in de niet-gekozen examenvakken
of
•   2 tekorten in de gekozen examenvakken inclusief een compensatiepunt (> 7,0) binnen de examenvakken en 1 tekort in een niet-examenvak
•   minimaal een 6,0 gemiddeld
•   minimaal een 5,0 voor Ne

hierbij geldt:
•   geen eindcijfer mag 3 of lager zijn
•   vereiste praktische opdrachten en/of handelingsdelen in het huidige schooljaar zijn afgerond
•   het vak KV1 is minimaal voldoende

De leerling mag een zevende examenvak kiezen indien hij/zij:
•   gemiddeld een 6,5 over het niet-afgeronde eindcijfer van de zeven vakken uit het examenpakket staat;
•   minimaal een 6,0 heeft voor Nederlands

havo 3 > havo 4
•   maximaal 3 tekorten
•   een gewogen gemiddelde van minimaal 6,3, berekend over het niet-afgeronde eindcijfer
•   maximaal 1 tekort in de vakken Ne, En en aanvullende bevorderingsvoorwaarde, het ‘puntencriterium’ (zie hieronder)

havo 4 > havo 5
•   maximaal 3 tekorten
•   een gewogen gemiddelde van minimaal 6,0 of hoger, berekend over de niet afgeronde eindcijfers
•   maximaal 1 tekort voor Ne, En of wi

Puntencriterium
Voor een bevordering naar havo 4 gelden aanvullende eisen met betrekking tot het gekozen pakket. Indien de cijfers van de leerling niet aan deze eisen voldoen, dient de leerling een ander pakket te kiezen of kan besloten worden dat de leerling niet bevorderd kan worden naar leerjaar 4 op de betreffende afdeling. Het betreft de volgende aanvullende eisen: Een leerling wordt toegelaten in het gekozen profiel indien hij voor de vier gekozen profielvakken en het vak in het vrije deel op het eindrapport afgerond tot ten minste 32 punten komt. Als een leerling slechts vier van deze vijf vakken in de derde klas heeft gehad, dient hij daarvoor ten minste 26 punten te hebben behaald en bij drie vakken ten minste 20 punten. Halfjaarsvakken in de derde klas tellen niet mee bij de bepaling van het aantal punten.

Bij de overgangsvergadering worden alle leerlingen die niet aan de overgangsnormen voldoen besproken.

Uitgangspunt is artikel 9 van het Algemeen Schoolreglement| Leerlingenstatuut waarin de rapportage is geregeld.