U bezoekt onze website met een verouderde browser, waardoor onze website niet correct wordt weergegeven.
Wij adviseren Internet Explorer 9, 10 of 11 (zonder compatibiliteitsmodus), of een recente versie van Microsoft Edge, Google Chrome, Mozilla Firefox, Apple Safari.

Studiebegeleiding en zorg

Iedere klas heeft een eigen mentor. Hij/zij volgt de totale ontwikkeling van de leerling en is voor ouders/verzorgers het eerste aanspreekpunt. De begeleiding die wij op school geven is onder te verdelen in studiebegeleiding (ondersteuning bij het leren) en begeleiding op het sociaal-emotionele vlak.

De mentor

Een mentor heeft alle leerlingen van een klas onder zijn hoede. De mentor houdt de vorderingen van de leerlingen in de gaten en kijkt of de sfeer in de klas goed is. Elke week geeft de mentor mentorlessen aan de klas. In deze lessen wordt aandacht besteed aan studievaardigheden, normen en waarden en sociale vaardigheden.Als de mentor signaleert dat extra aandacht voor een leerling wenselijk is, kan hij in overleg met de leerling, de ouders en de zorgcoördinator de hulp inroepen van specialisten binnen de school.
De mentor is het eerste aanspreekpunt voor leerlingen, ouders/verzorgers en collega's.

  •  

Studiebegeleiding

Begeleidende vakken
Eén van de middelen om de overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen zijn de begeleidende vakken. In deze vakken wordt onder andere aandacht besteed aan studievaardigheden, normen en waarden en sociale vaardigheden. Tevens wordt het groepsbesef ontwikkeld; het met respect naar elkaars meningen luisteren en er naar handelen. In wisselende groepssamenstellingen worden opdrachten uitgevoerd zoals: verslagen maken, puzzeltochten maken en lopen, musea bezoeken, buurtonderzoeken houden en natuurlijk het presenteren van bevindingen.

Leren leren
Alle brugklasleerlingen krijgen een denktraining. Deze training is gebaseerd op het verbeteren van (meta)cognitieve vaardigheden, het leren leren. Denkstimulering heeft ook te maken met gedrag en motivatie.

Versterkt taal en rekenen & remedial teaching
Taal en rekenen komen in heel veel vakken terug. Daarom zijn goede taal- en rekenvaardigheden belangrijk. Een belangrijke taak van de remedial teacher is het signaleren en begeleiden van leerlingen bij lees- en reken- problemen en dyslexie. Dit kan individueel of in kleinegroepen. Naast het leren omgaan met specifieke hulpprogramma's, worden er metacognitieve strategieënaangeleerd en krijgen leerlingen hulp in planning en organisatie.
Bij leerlingen met een grote leerachterstand op het gebied van spelling en lezen wordt er een dyslexietest afgenomen. Indien nodig, wordt professionele hulp van buiten de school geadviseerd. De school ervaart dat leerlingen door de extra hulp zelfverzekerder worden en beter scoren in alle vakken.

Decanaat
De decaan begeleidt en adviseert de leerlingen en hun ouders/verzorgers bij de keuze van een beroepsrichting bij de overgang naar de bovenbouw en bij de keuze voor een beroepsrichting en studie. Naast persoonlijke begeleiding van de leerling wordt ook advies gegeven aan docenten en ouders/verzorgers.
De decaan is mw. Van der Deijl

Begeleiding op het sociaal-emotionele vlak

De leerlingbegeleider
Leerlingbegeleiders ondersteunen leerlingen en docenten als zich problemen voordoen in de klas of in de school. Het kan gaan om problemen tussen leerlingen onderling of problemen tussen de leerling en een docent. Leerlingen die niet lekker in hun vel zitten of een persoonlijk probleem hebben, kunnen ook bij een leerlingbegeleider terecht.

Actieve aanpak tegen pesten: M5
Het Stanislascollege Beweeg-vmbo/mavo pakt pesten actief aan. Leerlingen weten allemaal dat ze met problemen altijd terecht kunnen bij de mentor of een docent. De school maakt gebruik van de M5 aanpak. Deze aanpak houdt in dat elke vorm van pesten direct (anoniem) gemeld wordt en wordt besproken in de klas. Tijdens het bespreekbaar maken van het pesten (anoniem indien gewenst) wordt iedereen 'ontschuldigd', dus ook de pesters. Het uitgangspunt van deze methode is dat niemand wil pesten, maar dat pesters afglijden in een negatief patroon. Door de pesters niet uit te sluiten, maar juist in te sluiten ontstaat een veilige omgeving.De op macht en angst gebaseerde informele hiërarchie in een groep verandert geleidelijk en het groepsgevoel wordt versterkt. Hierdoor wordt pesten ook in de toekomst ontmoedigd.
> Meer informatie over de M5-aanpak

Faalangstreductie-/examentraining
Leerlingen die last hebben van spanningen en/of angsten met betrekking tot de school kunnen een faalangstreductie- of examenvreestraining krijgen. De training kan in kleine groepjes of individueel gegeven worden.
Signalering van dit soort problemen vindt over het algemeen plaats door de mentor of bij leerlingbesprekingen. Natuurlijk kunnen ook leerlingen en/of ouders/verzorgers hun zorgen hierover aangeven bij de mentor.

Lokaal 201
Als een leerling door omstandigheden tijdelijk geen les- sen in de klas kan volgen, kan deze worden doorwezen naar de lokaal 201. Dit lokaal is een leerruimte waar leerlingen in een rustige ruimte verder kunnen werken aan het schoolwerk. Bovendien wordt in dit lokaal individuele begeleiding gegeven.
Lokaal 201:

  • biedt een vertrouwde en rustige ruimte;
  • heeft gescheiden werkplekken;
  • zorgt voor mogelijkheid tot samenwerken;
  • zorgt voor mogelijkheid voor een vertrouwd gesprek in zowel de grote ruimte als in een aparte spreekruimte;
  • zorgt voor mogelijkheid tot 'uitrazen', een toets maken en lezen.

De vertrouwenspersoon
Leerlingen met klachten over seksuele intimidatie en discriminatie op school kunnen terecht bij de interne vertrouwenspersoon. Deze zal in gesprek gaan met de leerling en/of de ouders/verzorgers om de klacht zo goed mogelijk aan te pakken. Hierbij gaat het vooral om het aangeven van de juiste routes en het doorlopen van procedures.
De vertrouwenspersonen zijn mw. van der Deijl endhr. P. Peverelli.

Passend onderwijs

Voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte wordt door het zorgteam samen met de ouders/verzorgers en de vorige school bekeken of wij de ondersteuning kunnen bieden die nodig is.
In dit traject is ons schoolondersteuningsprofiel bepalend om te beoordelen of de leerling geholpen kan worden vanuit de eigen onderwijs- zorgondersteuning (de basisondersteuning) en/of er een beroep gedaan moet worden op de extra ondersteuning. Als blijkt dat de leerling niet plaatsbaar is binnen onze school, heeft de school de verplichting een plek op een andere school te vinden.

Downloads m.b.t het schoolondersteuningsprofiel

Decanaat

De decaan begeleidt en adviseert de leerlingen en hun ouders bij de keuze van een beroepsrichting bij de overgang naar de bovenbouw en bij de keuze voor een beroepsrichting en studie. Naast persoonlijke begeleiding van de leerling wordt ook advies gegeven aan docenten en ouders.

Onze decaan is mw. J.C. Siegers
a.siegers@verwijder-dit.stanislascollege.nl